Welkom op de website Integraaldenken/Het Vierde Model

Pagina 7

 

Op weg naar duurzaamheid.

Pleidooi voor een Nieuw Verhaal:

Het Vierde Model

 

Hans R.Vincent

 

 

Klimaatverandering: de sneeuwkappen in de bergen smelten in snel tempo af

(Lenk in Berner Oberland, Zwitserland)

 

 

Links:

à Website integraal denken.Index

 

à Sociopathologie van de moderne samenleving

 

à Het Vierde Model

 

 

 

 

Pleidooi voor een nieuw verhaal: het Vierde Model

 

Inhoud                                         

 

I   Inleiding                                                                                          

 

II De theorie: Groot verhaal, kleine stapjes of duurzaamheid?                               

 

III Sociopathologie van de moderne samenleving                                  

      1. De Club van Rome: de grenzen aan de groei                               

      2. Het wereldsysteem: groei en catastrofes                                           

      3. De industriële samenleving: ideologie en materie                                                

           De korte termijn politiek

           De valkuil van de economische groei

           De autoritaire structuur van bedrijven

           De ideologische conflicten

           De materialistische waardeoriëntatie

 

IV Signalen                                                                                         

 

V Het Vierde Model: de ecoculturele samenleving                                                 

                  1. Drie modellen                                                                                  

2. Een nieuw samenlevingsmodel

3.   Een mondiaal systeem: wereldregering                                               

4.   Een geïntegreerde samenleving: mens, natuur en cultuur                    

           De lange termijn

           De natuurbescherming

           De menselijke waardigheid

           De persoonlijkheidsvorming

           Het integrale denken

 

VI Scenario                                                                                        

 

VII Samenvatting                                                                                  

 

Bijlagen                                                                                               

 

Club van Rome.De grenzen aan de groei.

Standaardscenario 1900 – 2100                                                           

 

 

 

 

I Inleiding

 

Gedurende de laatste 200 tot 300 jaar is de wereld drastisch veranderd. Er hebben processen van industrialisatie, technologisering en secularisatie plaats gehad. Het aantal mensen dat op deze planeet leeft is zes keer zo veel geworden. In sommige delen van de wereld kent een groot deel van de bevolking een hoog welvaartsniveau. In andere delen neemt de welvaart voor een beperkt deel van de bevolking toe. De meerderheid van de wereldbevolking leeft nog steeds in armoede.

Ook in de maatschappelijke structuren zijn processen van verandering gaande. Er komt langzaam maar zeker democratisering in de politieke besluitvorming tot stand. Er zijn codes omtrent de rechten van de mens opgesteld. Op economisch en in mindere mate op politiek terrein vindt er meer besluitvorming op mondiaal niveau plaats.

Steeds meer wordt de vraag gesteld hoever deze processen kunnen voortgaan.

Er worden waarschuwende geluiden gehoord die zeggen dat het zo niet verder kan. De economische groei leidt tot rampen op economisch en ecologisch gebied: de grondstoffen raken uitgeput, het broeikaseffect heeft klimaatrampen tot gevolg en het financiële systeem loopt stuk.

Het wordt tijd dat wij ons gaan bezinnen op deze processen in hun onderlinge samenhang: over de toekomst van deze planeet, zijn bewoners en de daarbij behorende maatschappelijke structuren. Dat geldt niet alleen voor de bewoners van onze planeet, maar vooral ook voor de politieke, economische en culturele leiders. De huidige signalen zijn niet mis te verstaan.

 

 

II De theorie: Groot Verhaal, kleine stapjes of duurzaamheid?

 

In de westerse wereld wordt al heel lang nagedacht over de meest juiste vorm van de samenleving. Het was Plato, die in zijn dialoog over “De republiek” met het idee kwam van een rechtvaardige samenleving die geleid wordt door filosofen.

Ook Aristoteles had een theorie over de juiste staatsvorm. De kerkvaders, zoals Augustinus en Thomas van Aquino meenden dat de staat ondergeschikt zou moeten zijn aan de religie. In de Renaissance waren de humanisten Erasmus en Thomas More belangrijke filosofen. Erasmus leverde maatschappelijke kritiek, vooral op de (R.K.) kerk en Thomas More is bekend vanwege zijn boek Utopia, waarin een samenleving wordt beschreven, gebaseerd op gemeenschappelijk bezit.

De belangrijkste ideeën, die vorm hebben gegeven met name aan onze huidige West-Europese samenleving, komen van de 18e eeuwers Jean-Jacques Rousseau en Adam Smith en  de 19e eeuwer Karl Marx.

Rousseau ontkrachtte de macht van de vorst door zijn theorie over het sociaal contract (“Du contrat social”). Adam Smith is de vader van het economisch liberalisme door zijn onderzoek naar de oorzaak en de aard van de welvaart (“The wealth of nations”). Karl Marx oefende felle kritiek uit op het systeem van de kapitalistische productie (“Das Kapital”) met als alternatief het communisme (“Communistisch Manifest”). Zijn betoog heeft geleid tot revoluties in vooral nog feodale en agrarische maatschappijvormen. In de westerse wereld kwamen de vakbonden en de socialistische partijen tot stand.

In de 20e eeuw hebben we eerst de hete oorlogen tussen drie maatschappelijke systemen gehad: democratie, fascisme en communisme. Daarna kwam de koude oorlog tussen het westerse en het communistische blok met – in Europa - de uiteindelijke overwinning van de liberale democratie.

Democratie, vrijheid en gelijkheid zijn de ideële pijlers van het westerse politieke stelsel geworden, maar het denken over de maatschappij is niet stil blijven staan. Met name in de periode na 1960 werd de sociale filosofie weer belangrijk. We kunnen hierin drie stromingen onderscheiden:

 

1. Neo-marxisme

Aanvankelijk hadden we vooral te maken met sociaal-filosofen met een neo-marxistische oriëntatie, waaronder de “Frankfurters”, zoals Erich Fromm, Herbert Marcuse en Jürgen Habermas. Zij bekritiseerden het kapitalistisch stelsel, waarbij gebruik werd gemaakt van de theorieën van Hegel, Marx en Freud. Afgezien van Fromm (“De gezonde samenleving”), werden slechts in beperkte mate concrete alternatieven geleverd.

 

2. Modernisme

Als tweede stroming kunnen we de “modernisten” noemen die geen fundamentele veranderingen nastreven. Karl Popper had ernstig bezwaar tegen het “historicisme” van de Frankfurters. Als er problemen zijn met onze samenleving dan moeten we die met gericht beleid oplossen, het zogenaamde “piecemeal enginering” ofwel beleid in kleine stapjes.

Ook volgens Jean-Francois Lyotard is de tijd van de “grote verhalen” voorbij. Francis Fukuyama beschouwt de huidige westerse samenleving als het “einde der geschiedenis”, omdat alle andere culturen uiteindelijk de westerse cultuur zullen overnemen. Samuel Huntington waarschuwde echter dat er een conflict zou komen tussen de westerse en de islamitische wereld. De Nederlandse filosoof Hans Achterhuis ziet ook niets in utopieën, omdat die meestal in gewelddadige “dystopieën”, zoals fascisme en communisme, eindigen.

 

3. Ecologisme

De derde stroming is die van de ecologen. Het was de Club van Rome die in 1972 het rapport van Dennis Meadows publiceerde over “De grenzen aan de groei”. Als de wereld voortgaat met groei van bevolking én van welvaart zijn grote catastrofes onvermijdelijk. Fritjof Capra verbond daaraan een feministisch element en de opvatting dat de toekomstige energievoorziening uit zonne-energie gehaald kan worden.

De commisie-Brundtland (“Our common future”) gaf inhoud aan het begrip “duurzaamheid”. Dat wil zeggen dat niet alleen de huidige mensheid, maar ook de komende generaties in een vreedzame en welvarende wereld kunnen leven. Michail Gorbatsjov schreef het “Handvest van de Aarde” en recentelijk is de klimaatproblematiek gesignaleerd als een wereldwijd probleem met de film van Al Gore als journalistiek hoogtepunt. In Nederland zijn Wouter van Dieren (Club van Rome) en Klaas van Egmond (Universiteit van Utrecht) bekende deskundigen op ecologisch gebied.

 

Het huidige beleid van de geïndustrialiseerde staten is gebaseerd op het modernistische principe. Daarbij wordt ingespeeld op feitelijke problemen, zoals die van de cultuurconflicten, met name met islamitische minderheden, en van de ecologische dreiging, te weten de verwachting van toekomstige tekorten aan grondstoffen en de gevolgen van de klimaatverandering.               

Maar de vraag blijft: hoe moeten wij verder met het wereldsysteem, gekenmerkt door modernistische politieke en economische principes, zoals dat van de vrije markt, en door een verscheidenheid van cultureel bepaalde denkwijzen en gedragsvormen. Die vraag geldt voor de politieke en economische besluitvorming, zowel op mondiaal niveau alsook en in het bijzonder voor onze westerse samenleving, die daarvan een belangrijk en geïntegreerd deel uitmaakt. Gaan we door met incidentele en partiële maatregelen of moeten wij denken aan de overgang naar een ander maatschappelijk systeem op nationaal, internationaal en mondiaal niveau? 

 

 

III  Sociopathologie van de moderne samenleving

 

1. De Club van Rome: de grenzen aan de groei

“Een wereldwijde catastrofe of een duurzame wereld”1)

 

De industriële ontwikkeling, begonnen in de westerse wereld, leidt tot meer welvaart voor meer mensen. Een aantal landen in andere delen van de wereld, zoals voormalige oostblok-landen, Japan, Taiwan en Singapore hebben het westerse productiesysteem overgenomen en andere, minder welvarende landen, zoals China, India en Brazilië, zijn bezig met hetzelfde proces. Het productieve vermogen neemt dankzij de technische vooruitgang en de vrije markt sterk toe. Meer welvaart voor meer mensen is wereldwijd de primaire doelstelling, maar leidt die doelstelling wel tot een betere samenleving ofwel: zijn er ook destructieve consequenties, d.w.z. sociaal pathologische ofwel “sociopathologische” kenmerken aan dit systeem verbonden?

In samenhang met het proces van globalisering worden de ontwikkelingen op wereldniveau en de gevolgen daarvan meer en meer bestudeerd. De Club van Rome heeft daartoe het initiatief genomen. Het eerste rapport aan de Club van Rome uit 1972, “De grenzen aan de groei”, was gebaseerd op een hoog ontwikkeld computermodel van de wereldsamenleving over de periode van 1900 tot 2100 (zie bijlage 1). In dit model waren 5 hoofdvariabelen gekozen, te weten: bevolkingsgroei, voedselproductie, industriële productie, natuurlijke hulpbronnen en milieuvervuiling. De nadere uitwerking vond plaats door middel van 225 subvariabelen.

De uitkomst van de berekeningen was dat de voortgang van de economische groei én van de bevolkingsgroei op wereldschaal in de loop van de 21e eeuw, met name na 2020, tot  ineenstorting van de wereldsamenleving zou leiden.

Dat komt omdat de voorziening in zowel een verhoogde voedselproductie, als een overgang naar duurzame energievoorziening, alsook een milieuvriendelijke productie van goederen niet mogelijk is. Indien geen drastische verandering in het gedrag van de wereldbevolking optreedt zijn milieucatastrofes, oorlogen en massale sterfte wegens honger en ziektes onontkoombaar 2).

Het rapport is in alle ontwikkelde landen uitvoerig bediscussieerd; er zijn commentaren geleverd en vervolgrapporten gepubliceerd. Er is nooit een tegenrapport verschenen waaruit zou blijken dat de berekeningen onjuist zijn. Wel zijn er incidenteel maatregelen genomen en dat proces is nog steeds gaande. Het is duidelijk dat die maatregelen, zoals onder andere afgesproken in het Kyoto-protocol te weinig zijn en te laat komen. Het overleg in Kopenhagen en in Cancun over de klimaatverandering in december 2009 en december 2010 heeft weinig concrete doelstellingen opgeleverd.

 

2. Het wereldsysteem: groei en catastrofes

 

Conform de doelstellingen van de moderne geïndustrialiseerde staten zien we gedurende de laatste tientallen jaren een wereldwijde economische groei, maar de wereldsamenleving krijgt steeds meer te maken met ernstige spanningen en conflicten als gevolgen van die groei. De catastrofes zijn reeds nu waarneembaar: de stijging van de prijzen van olie, gas en andere grondstoffen, de olierampen, de periodiek optredende financieel-economische crisisverschijnselen, de overstromingsrampen, de perioden met droogte en hitte en de daaruit voortkomende tekorten aan voedsel en water,  de stijging van de voedselprijzen in sommige delen van de wereld, de honger en de migratiestromen ten gevolge daarvan.

De opwarming van de aarde door de uitstoot van CO2 en methaangas gaat ondanks genomen maatregelen en afspraken gewoon door en dus hebben we reeds nu wereldwijd klimaatcatastrofes. In 2009 waren er ten minste 12 zware overstromingen dan wel extreme sneeuwstormen, een aantal dat in de recente tijd niet eerder is voorgekomen. Deze tendens is in 2010 versterkt:  31 landen en streken zijn getroffen door zware sneeuwstormen en vooral door grote overstromingen. Sommige landen en streken (Californië, Mexico, China, Pakistan, Midden-Europa, Australië) hadden meermalen te kampen met extreem zware overstromingen, waarbij honderden doden vielen en miljoenen slachtoffers hun woningen en bezittingen zijn kwijt geraakt (zie bijlage 2). De tendens lijkt zich in het begin van 2011 voort te zetten.

Er zijn geen betrouwbare gegevens over de vraag welke rampen in hoofdzaak te verwachten zijn en waar die plaats zullen vinden. Wel zien wij uit officiële cijfers dat natuurrampen, veelal juist in de laag gelegen en minder ontwikkelde landen, reeds nu in hoge mate toenemen. Volgens gegevens van Oxfam is het aantal grote natuurrampen (overstromingen en orkanen) in 24 jaar (1980 – 2004) verviervoudigd 3). Volgens het IPCC (het klimaatbureau van de Verenigde Naties) zijn de stormen en orkanen in die periode niet in aantal maar wel in kracht toegenomen.

Een ander gevolg van het broeikaseffect is de toename van hittegolven en periodes van droogte. Dat geldt voor landen zoals Kenia en andere gebieden in Midden-Afrika. Daar wordt water steeds schaarser, verdrogen de wouden en mislukken de oogsten. Miljoenen mensen worden gedwongen tot migratie, veelal met oorlogen en epidemieën tot gevolg. In 2010 was er ook in Rusland een periode van hitte, droogte en bosbranden.

Klimaatverandering leidt ook tot het smelten van de gletsjers en ijskappen (Groenland, Antarctica) en het ontdooien van de permafrost in Siberië, waardoor methaangas vrij komt. Dat betekent een stijging van de zeespiegel, in deze eeuw berekend op ca 50 centimeter, daarna mogelijk oplopend tot 7 meter.

Om deze redenen en vanwege de uitputting van de grondstoffen wordt er gewerkt aan schone vormen van energie-opwekking en aan vermindering van het verbruik van grondstoffen. Maar volgens de huidige prognoses (OECD 2008) wil dat zeggen dat het energieverbruik in 2030 slechts voor een vijfde deel wordt opgewekt met groene energie, waaronder atoomcentrales 4)!

Crisisverschijnselen betreffen ook de armoede. In 2009 is er sprake van ca 900 miljoen mensen die beneden de  armoedegrens leven en dat aantal neemt snel toe, ondanks de pogingen van de Verenigde Naties en anderen om de armoede te bestrijden. Door milieufactoren en oorlogen treedt steeds meer honger op.

Dan hebben we met grote regelmaat economische en financiële crisisverschijnselen. In de periode 2008 - 2009 is dat de kredietcrisis, waarbij miljarden dollars aan kapitaal zijn verdwenen, met toenemende werkloosheid als consequentie.

Het scenario voor de wereld van de volgende generaties ziet er uiterst somber uit. Kunnen we iets doen om een leefbare wereld te behouden, ook in de verdere toekomst ?

 

3. De industriële samenleving: ideologie en materie

“Het alledaagse gedrag dat de klimaatcrisis veroorzaakt …. is ingebakken in onze beschaving”5).

 

Dankzij de in Europa ontdekte ideeën en idealen – humanisme, Verlichting, liberalisme en socialisme - leven wij in West- en Midden-Europa en in Noord-Amerika in een politieke democratie. Hier gelden de uitgangspunten van vrije verkiezingen, mensenrechten, emancipatie, tolerantie, verbod op de doodstraf (in de E.U.), vrije meningsuiting en andere humanitaire principes. Verder kennen we door wetenschap, techniek, vrije markt, concurrentie en westerse ondernemersgeest een hoog welvaartsniveau met alle technische verworvenheden die daarbij horen. We hebben ook goede voorzieningen op de gebieden van onderwijs en medische zorg, waardoor we een hoog opleidingsniveau hebben en in veel gevallen een lang en plezierig leven kunnen leiden.

Deze punten worden in positieve zin gewaardeerd, maar er zijn ook duidelijke tekenen van ontbinding van onze westerse samenleving. Ik noem een vijftal aspecten:

- De korte termijn politiek.

- De valkuil van de economische groei.

- De autoritaire structuur van bedrijven.

- De ideologische conflicten.

- De materialistische waardeoriëntatie.

 

De korte termijn politiek

 

Een implicatie van de politieke democratie, gebaseerd op politieke partijen en verkiezingen, is dat de beleidsdoeleinden worden gericht op de korte termijn. Het gaat er immers om dat de partijen bij de volgende verkiezingen zoveel mogelijk stemmen krijgen. Dat betekent dat vooral beleidsdoeleinden worden gekozen die aangenaam zijn voor zoveel mogelijk mensen en/of aansluiten bij de heersende publieke opinie. Een uitzondering is het beleid met betrekking tot de pensionering, waarin rekening wordt gehouden met de vergrijzing van de bevolking op de middellange termijn.

In de regel is het beleid gericht op meer welvaart en meer bezit.

De vraag of die doeleinden misschien op lange termijn wel tot zeer destructieve consequenties kunnen leiden wordt nog maar zelden gesteld. Weliswaar wordt de problematiek van de welvaartsgroei in relatie met de grondstoffenvoorziening én met de opwarming van de aarde erkend. Maar de noodzakelijke maatregelen passen niet bij de directe beleidsdoeleinden, waaronder met name dat van de economische groei.

 

De valkuil van de economische groei

 

Het streven naar economische groei is sedert circa 1950 centraal dogma in de westerse samenleving en in vele staten in andere werelddelen. Het leidt tot meer welvaart voor de massa’s, meer winsten voor de bedrijven en meer inkomsten voor de staat. Uit onderzoek blijkt dat het geluk van de burgers er niet bij gebaat is, maar het gevolg is wel meer ellende voor de bewoners – veelal in arme landen – van kuststroken en rivierdelta’s. Daar moeten we dus van af, omdat we niet in de valkuil trappen van de zogenaamde win-win situatie ofwel: economische groei + goed beleid leidt tot een beter milieu . Dat is een drogreden, want – om een voorbeeld te noemen - de auto’s zijn in 50 jaar gemiddeld 2x zo zuinig geworden, maar er zijn er wel 5 x zoveel op de weg 6)

De Club van Rome heeft aangetoond dat het beginsel van de economische groei op de middellange en lange termijn bijdraagt aan de te verwachten grote crises. Dit beeld geldt vooral voor de geïndustrialiseerde wereld, onder andere vanwege de uitputting van grondstoffen, die in hoog tempo voortgaat. De omschakeling naar groene energie en naar andere systemen van voedselvoorziening, van industriële productie en van het vervoer verloopt uiterst traag.

Vanwege de klimaatveranderingen zullen de laag liggende landen en streken grote investeringen in de veiligheid moeten verrichten. Door de bevolkingsgroei, met name in Azië en Afrika, zal de productie van voedingsmiddelen drastisch verhoogd moeten worden. Het is uiterst onwaarschijnlijk dat deze processen  binnen de noodzakelijke termijnen gehaald worden.

 

De autoritaire structuur van bedrijven

 

De welvaart van de westerse wereld en ook van andere delen van de wereld is te danken aan het bedrijfsleven, dat door toenemende efficiëntie en automatisering steeds grotere stromen producten aflevert. De techniek biedt immers de mogelijkheid om meer te produceren met minder mensen. Die producten moeten wel afgezet worden en daarvoor hebben we reclame, films en spelletjes op televisie en internet, die ons vertellen dat we vooral moeten kopen en consumeren. Dat doen we dus ook, want een boodschap die voortdurend herhaald wordt is nu maar geloofwaardig, ook al wordt die in de meest primitieve uitingsvormen getoond. Daarvan kennen we uit de geschiedenis, bijvoorbeeld in de eerste helft van de vorige eeuw, meer voorbeelden!

Maar de mensen die in de bedrijven werken, ervaren die in de 38 urige werkweek wel een gezond en waardevol bestaan? Of is het zo dat die welvaart duur betaald wordt met stress en gevoelens van onmacht? Waarom zijn zoveel mensen verslaafd aan roken, alcohol, gokken, computergames, seks, antidepressieve geneesmiddelen en vooral: aan kopen? Meer dan een miljoen Nederlanders gebruiken antidepressiva tegen de stress en daarnaast worden nog andere methoden toegepast, zoals psychotherapie, acupunctuur, e.d. 7)

De socioloog Emile Dürkheim wist 150 jaar geleden al wat er aan de hand is: de mens heeft oneindige behoeften en die moeten door de samenleving ingeperkt worden. Wij hebben die les niet geleerd en dus doen we precies het tegendeel: de behoeften stimuleren. Dat is ook nodig als compensatie voor het ontbreken van menselijke waardigheid.

De werknemers in de bedrijven zijn immers een soort verlengstukken van de machines. Zij hebben geen medezeggenschap over het bedrijfsproces en daarvoor dus ook geen verantwoordelijkheid. Het bedrijfsleven is immers in handen van “het kapitaal”, dat zijn de aandeelhouders en die zijn geïnteresseerd in de financiële opbrengst, de winst.  Daarom is het mogelijk dat bedrijven, zoals een uiterst belangrijk bankbedrijf, dat is ontstaan uit fusies van een aantal Nederlandse banken, met personeel en al op de wereldmarkt te koop aangeboden wordt aan de meest biedende.

Door deze structuur zijn de lonen en salarissen van het personeel strikt gereguleerd, maar de topmanagers van grote bedrijven kunnen veelal miljoenen, incidenteel tientallen miljoenen uit die bedrijven halen, terwijl de werknemers op grond van de “nationale belangen” in veel gevallen nauwelijks of geen loonsverhoging krijgen. Lonen en salarissen van het personeel zijn geregeld in de cao’s, maar niet de salarissen en uitkeringen voor de topmanagers.

Het bedrijfsleven is georganiseerd overeenkomstig het “conflictmodel”: de aandeelhouders en de werknemers staan met elkaar in een antagonistische relatie. De beslissingsbevoegdheid in het bedrijf ligt uiteindelijk bij de aandeelhouders; de werknemers kunnen slechts proberen concessies af te dwingen door stakingen.

Onder de bevolking, wereldwijd, krijgt het kapitalistisch systeem steeds minder steun. Uit recente gegevens op basis van een steekproef blijkt dat slechts 11% het systeem goed vindt. De meerderheid is voorstander van meer regulering door de overheid 8).

De vraag is waarom het proces van democratisering nooit is doorgedrongen tot de economische sector.

 

De ideologische conflicten tussen bevolkingsgroepen

 

De vierde vorm van sociopathologie betreft de relaties tussen bevolkingsgroepen.

In de tweede helft van de vorige eeuw heeft in West- en Midden-Europa een massale immigratie plaats gehad vanuit de vroegere koloniale gebieden en vanuit een aantal islamitische landen. Vele immigranten kwamen hier als arbeidskrachten. Dat heeft tot spanningen geleid tussen autochtonen en allochtonen met als gevolg radicale politieke bewegingen gericht op het stopzetten van de immigratiestromen. In Nederland hebben deze bewegingen zich relatief laat gemanifesteerd.

Deze rechts-radicale partijen spelen nog een beperkte rol, maar dat kan veranderen. Indien er een langdurige economische crisis komt, hetgeen onder de huidige omstandigheden zeker tot de mogelijkheden behoort, zullen de rechtse politieke partijen aan betekenis winnen met diverse vormen van agressie tegen minderheden als gevolg. Ook die les hebben we in het verleden kunnen leren.

De conflicten tussen westerse autochtonen en islamitische allochtonen in de Europese steden kunnen tot burgeroorlogen leiden. De tegenstelling van belangen door bezit van grond, geld en grondstoffen en ook door de verschillen van ideologie leidend tot een wereldwijd terrorisme, kunnen ernstige conflicten waaronder nog meer oorlogen tot gevolg hebben 9).

 

De materialistische waardeoriëntatie

 

Dan de wereld van de dominante waarden. De culturele instituties van een samenleving dragen vooral aan de jongeren, maar ook aan de ouderen de basis-ideeën van een samenleving over. Die instituties zijn in hoofdzaak het gezin, de school en de media.

Deze waarden zijn in de westerse wereld steeds meer gebaseerd op een materialistisch wereldbeeld. Het belangrijkste motief van handelen is het bezit van geld en van materiële objecten. De extremen van de materialistische levenswijze komen tot uiting in de reeds genoemde koopverslaving, in deelname aan allerlei soorten loterijen en in de vorm van het speculeren op de (aandelen)beurzen.

Verder vallen de gezinnen, althans in de autochtone bevolking, door de emancipatie van de vrouwen uit elkaar en dat leidt tot individualisme met als gevolg spanning en onzekerheid, ook  bij de jongeren.

Het onderwijssysteem is gericht op kennis en bekwaamheid en die leveren niet altijd inzichten en idealen op. De vragen zoals: “wie ben ik?”, “wat is dit voor wereld?”, “waar hoor ik bij?”, “is er nog iets anders dan alles wat ik kan waarnemen?”, “zijn er nog idealen?”, worden bijna niet (meer) beantwoord, niet op school en ook niet in de media.

Het resultaat is zinloosheid en doelloosheid en dat kunnen we opmaken uit het leven van die jongeren. We zien het resultaat onder andere op oudejaarsavond 2007: fabrieksbranden, 22 scholen en honderden auto’s in brand gestoken, veel lichamelijk letsel! Daarna waren er steeds weer rellen en uitingen van baldadigheid, zoals bij het strandfeest in Hoek van Holland in 2009. Bij de jaarwisseling 2009-2010 zijn meer dan 400 arrestaties verricht. Dan hebben we het nog niet over de tienerfeestjes met “comazuipen” en de straatterreur met “rotzooi trappen”.

Die zinloosheid vinden we ook terug in de wereld van de kunst. In de eerste helft van de vorige eeuw zijn de atonale muziek en de nonfiguratieve beeldende kunst tot ontwikkeling gekomen. Deze kunstvormen maken duidelijk wat de esthetische betekenis van deze tijd is: chaos.

Helemaal zinloos is het leven in onze maatschappij nog niet. De boodschap over de “grenzen aan de groei” begint op een heel beperkte schaal door te dringen tot regeringen en bedrijven, mede dank zij de voortdurende waarschuwingen van milieu-organisaties, waarin ook veel jongeren participeren.

Het gaat echter niet alleen om het milieu en wat daarbij behoort, zoals klimaat en grondstoffen. De vraag is waar we met onze maatschappij naar toe willen: de mens in relatie met de verscheidenheid van levensvormen, met zijn medemensen, met de mensheid, met de aarde als leefsysteem en met de praktische en ook metafysische zingeving aan het leven, inclusief ons eigen individuele bestaan.

 

 

IV  Signalen

 

De signalen van naderende catastrofes zijn allerwegen zichtbaar. In grote delen van de wereld zien we de gevolgen van de opwarming van de aarde: stormen, orkanen, cyclonen en overstromingen nemen in aantal en in kracht toe en er treedt steeds meer voedselschaarste op.

Maar ook de industrieel ontwikkelde en vooral de westerse samenlevingen zijn onderhevig aan bovengenoemde tekenen van ontbinding: het voortdurend optredende massale verlies aan kapitaal ten gevolge van wanbeleid, de stakingen voor hogere lonen, de afschuw over de topinkomens, de overheidstekorten, de tegenstellingen tussen allochtone en autochtone bevolkingsgroepen, de radicale politieke bewegingen en vooral de desoriëntatie onder de jongeren. Er zullen zeker pogingen ondernomen worden om deze problemen op te lossen. Het is echter reeds nu duidelijk dat die oplossingen onvoldoende zullen zijn. Wij zullen – met behoud van de waardevolle elementen uit de huidige culturele stromingen – toe moeten werken naar nieuwe structurele en culturele principes op basis van een integraal en evolutionair wereldbeeld. 

 

 

V  Het Vierde Model: de ecoculturele samenleving 

“Duurzaamheid is voor vele mensen een moeilijk begrip. Maar overal ter wereld zijn er mensen die begonnen zijn zich een duurzame wereld voor te stellen” 10).

 

Er is een historisch aantoonbaar ritme van periodes met maatschappelijke vooruitgang en met vernietiging. Het is niet waarschijnlijk dat dit ritme in deze eeuw zal stoppen. Wij moeten dan ook in de komende tientallen jaren rekening houden met zware crises op wereldwijde schaal. Daarom is het nodig dat we reeds nu nadenken over de vraag: op welke wijze richten wij ons op vernieuwing van het wereldsysteem?

 

1. Drie modellen

 

Waar willen we naar toe?

De maatschappelijke evolutie gedurende de laatste 5000 jaar verloopt van de stamsamenleving via de stadstaat naar de traditioneel-autoritaire staatsvorm, gekenmerkt door machtsposities van het koningschap, de adel en de religieuze instituties. Sedert het begin van de 19e eeuw is die traditionele staatsvorm in een groot aantal landen in Europa vervangen door de liberaal-democratische kapitalistische samenleving. In Amerika is een dergelijke samenleving van de grond af opgebouwd (de Verenigde Staten). Het proces van democratisering heeft zich voortgezet in de 20e eeuw. Daarnaast is een aantal landen met een traditionele staatsvorm overgegaan op een communistisch stelsel, dat in Europa weer goeddeels is opgeheven, maar dat zich vooralsnog vooral in Azië blijvend manifesteert.

Er zijn nu nog enkele restanten van de stamsamenleving (Zuid-Azië, Afrika en Zuid-Amerika), evenals van de stadstaat, zoals Monaco en Koeweit.

Momenteel kennen we onder de meer ontwikkelde samenlevingsvormen drie  maatschappijmodellen, dat wil zeggen structuren van nationale eenheden, met tussenvormen en varianten, te weten:

 

De traditioneel-autoritaire staatsvorm.

In deze vorm staat een koning, een sjeik, een generaal, een zelfbenoemde president of een andere soort dictator aan het hoofd. Daarnaast bestaan er privé-eigendom van het productie-apparaat en belangrijke religieuze instituties, zoals georganiseerde godsdiensten met kerken, moskeeën en tempels.

 

Het liberaal-democratische model.

Dat is de moderne staat met vormen van democratisch verkozen politieke leiders, met vrij ondernemerschap, een markteconomie met min of meer beperkte staatsinvloed en een op het individu gericht waardensysteem.

 

Het communistische systeem.

Deze staatsvorm wordt gekenmerkt door een éénpartijstelsel, dat zowel de staat als het economisch productieproces reguleert, met varianten, te weten van stalinisme tot een zekere mate van economisch liberalisme.

 

Naast de nationale eenheden zijn er in de recente tijd samenwerkingsverbanden ontstaan, waarvan momenteel de Navo en de Europese Unie de belangrijkste zijn. Op wereldniveau hebben we te maken met de Verenigde Naties en andere samenwerkingsorganen.

De vraag is of we een nieuw model voor de toekomstige wereldsamenleving nodig hebben. Ik ben van mening dat de huidige structuur van besluitvorming, op de drie niveaus van het nationale, internationale en het mondiale niveau, ongeschikt is om een stabiele, humane en duurzame wereld te verwerkelijken.

 

2. Een nieuw samenlevingsmodel 

 

Het is dan ook dringend noodzakelijk een nieuw samenlevingsmodel te ontwikkelen. Dat wil in filosofische termen zeggen: de komst van een “nieuw verhaal”, dat als leidraad kan dienen voor de maatschappelijke verandering, die dringend nodig is. Dat kan het “Vierde Model” zijn met nieuwe structuren en nieuwe culturele principes geldig voor de drie genoemde niveaus.

De basisprincipes die voor dit samenlevingsmodel gelden, zijn gebaseerd op de tot nu toe geldende evolutionaire maatschappelijke processen, die in hun consequenties worden doorgetrokken. Dat zijn processen die tenderen in de richting van toenemende complexiteit en van grotere overlevingskans van de mensheid. Dat geldt zowel voor reeds bestaande ontwikkelingen als ook voor in de toekomst noodzakelijke processen van maatschappelijke vernieuwing.

Daarbij denk ik met name aan:

 

Mondialisering. Er is steeds meer sprake van een economische integratie van de meeste landen binnen de wereldsamenleving met als gevolg een mondialisering van productieprocessen, vervoerstromen, informatiestromen, consumptiepatronen. De integratie van politieke besluitvorming en van culturele beleving volgt in dezelfde richting.

 

-  Ecologisering. Dat is het toenemend besef, dat onze menselijke handelingen direct of indirect in wisselwerking staan met de natuur in zijn veelvormigheid.

 

Verwetenschappelijking. Daarbij gaat het niet alleen om op wetenschap gebaseerde technische toepassingen in productieprocessen, vervoersystemen en administratieve arbeid, maar ook om de verwetenschappelijking van de besluitvorming in de politieke en economische sectoren.

 

Democratisering. Dat wil zeggen dat de waarden van menselijke vrijheid, gelijkheid en waardigheid, zoals die tot uiting komen in de regels van de democratische besluitvorming, op steeds meer terreinen van het politieke en vooral ook van het economische verkeer worden doorgevoerd.

 

Individualisering. Dit proces houdt in dat de individuele mens in staat is zijn mogelijkheden en capaciteiten tot ontwikkeling te brengen en zijn eigen doelstellingen te formuleren binnen de grenzen die de sociale omgeving biedt. Daartoe behoort ook de ontdekking van universele beginselen en principes, zoals die in het filosofische en het spirituele domein zijn geformuleerd: van individualiteit naar universaliteit.

 

Integraal denken. Dat is de integratie van specifieke vormen van kennis en overtuiging, met name op de gebieden van wetenschap, ethiek, filosofie en religie, zowel van westerse als oosterse herkomst.

 

Deze aspecten van evolutionaire ontwikkeling worden in een wereldsamenleving van het Vierde Model als volgt uitgewerkt (zie ook bijlage 3).

 

3. Een mondiaal systeem: wereldregering

“The Club stresses the need to find a new path for world development” 11)

 

Door de internationale verwevenheid op economisch, ecologisch, politiek en cultureel niveau zal ik beginnen met het thema globalisering, waarvoor als hoofddoel geldt: stabiliteit.

Alleen een wereldregering met vergaande bevoegdheden is in staat de crises ten gevolge van (burger)oorlog, klimaatverandering, milieudestructie, economische chaos en honger af te wenden, dan wel de gevolgen daarvan te beperken. Dat betekent enerzijds dat die regering dient te beschikken over aanzienlijke politieke, militaire, economische, juridische en financiële middelen. De overheveling van politieke bevoegdheden, militaire, juridische economische en financiële instrumenten van de nationale en internationale overheden naar het wereldniveau is daartoe noodzakelijk. Deze bevoegdheden betreffen beleidsterreinen, die worden gereguleerd en gecontroleerd volgens democratische principes.

Hoe zou zo’n wereldregering eruit kunnen zien?

De huidige structuur van de VN is daarvoor ongeschikt en de bevoegdheden zijn te beperkt. Ik denk dat de nationale en internationale organen vertegenwoordigd worden in een wereldparlement met controlerende bevoegdheden. Het aantal zetels per land zou gerelateerd kunnen  worden aan 4 criteria: omvang grondgebied, bevolkingsaantal, betekenis van de economische en van de militaire macht.

De regering zelf zou gevormd kunnen worden uit vertegenwoordigers van een beperkt aantal nationale eenheden, waarbij samenwerkingsverbanden van kleine landen worden toegestaan. De bestaande internationale samenwerkingsverbanden maken in aangepaste vorm deel uit van het wereldsysteem.

Een wereldregering zal moeten werken volgens criteria en procedures vastgelegd in een wereldgrondwet. Daarin worden de volgende taken aan de orde gesteld:

-  het bevorderen van de democratische besluitvorming op politiek en economisch terrein,

-  het bevorderen van de mensenrechten en het stimuleren van de emancipatie van achtergestelde

   groeperingen,

-  het verbeteren van de ecologische condities, met name de bescherming van planten-, diersoorten en

   natuurgebieden en het uitvoeren van een werkzame klimaatpolitiek,

-  de beperking van het gebruik van grondstoffen en de omschakeling naar duurzame energiebronnen,

-  de verbetering van de medische en hygiënische condities in ontwikkelingslanden,

-  de regeluring van de geboorteniveau’s, o.a. door verhoging van het opleidingsniveau van vrouwen en door

   informatie over geboortebeperking,

-  de bestrijding van armoede en de spreiding van welvaart,

-  het tot ontwikkeling brengen van landbouw, bijvoorbeeld in woestijngebieden,

-  het beslechten van oorlogen, burgeroorlogen en conflicten over de verdeling van grondgebied,

-  het bestrijden en berechten van wereldwijde terreur en criminaliteit, ook van criminele regimes,

-  de verdere ontwikkeling van de ruimtevaart.

Essentieel voor het te voeren beleid van een wereldregering is de beschikking over wetenschappelijk gefundeerde integrale wereldmodellen, waarin de gegevens over politieke, economische, ecologische, militaire en sociale condities op lange termijn worden verwerkt. De wereldmodellen van de Club van Rome kunnen als uitgangspunten ter verdere ontwikkeling en uitwerking worden gebruikt.

Alle uitgangspunten en doelstellingen worden vastgelegd in een wereldgrondwet, die is gebaseerd op feitelijke gegevens en op een aantal ideële uitgangspunten, zoals vrede, rechtvaardigheid en duurzaamheid.

Het bij alle politieke instituties bestaande gevaar van corruptie, machtsmisbruik, fraude en bureaucratie wordt bestreden door het instellen van speciale controle-commissies.

 

4. Een geïntegreerde samenleving: mens, natuur en cultuur

Wij moeten “het belang van ethisch en spiritueel onderwijs, dat tot een duurzame levenswijze leidt, erkennen” 12)

 

Niet alleen het wereldsysteem, maar ook de nationale en internationale  eenheden, die daarvan deel uitmaken worden in het Vierde Model gekenmerkt door nieuwe structurele en culturele principes. Dat betreft het bevorderen van de beleidsvorming op de lange termijn,  van de menselijke waardigheid, de persoonlijkheidsvorming, het culturele en het integrale denken en de natuurbescherming. 

 

De lange termijn

 

We kennen de voordelen van de westerse welvaartsstaat, zoals ik die hierboven heb aangeduid. De humanitaire elementen willen we behouden en zo mogelijk verbeteren en uitbreiden, zoals de democratische besluitvorming, de mensenrechten en de gelijkheid van mannen en vrouwen.

 

---- Overheidsbeleid

We hebben ook gezien welke pathologische elementen er in onze samenleving bestaan. De nationale overheden werken met een korte termijn beleid, maar de problemen die op ons afkomen hebben veelal betrekking op de lange termijn. Dat wil zeggen dat het beleid van de overheden daarop afgestemd moet worden. Een dergelijk beleid wordt in het Vierde Model uitgestippeld door wetenschappelijke instituten, gecoördineerd door een Wetenschappelijke Raad. De modellen en prognoses van de diverse landen en van de internationale verbanden zullen in onderlinge coördinatie, ook met die van de wereldregering tot stand moeten komen. De Wetenschappelijke Raad zal bindende adviezen moeten geven, zoveel mogelijk met alternatieven waaruit de regering en het parlement kunnen kiezen.

 

---- Burgercomité’s

Lange termijn beleid impliceert ook flexibiliteit.

De huidige democratisch verkozen overheden tenderen naar bureaucratische en gesloten apparaten, waarop de kiezers geen invloed hebben. Dat spel hebben de burgers allang door en daarom zijn er de NGO’s (milieu- en mensenrechtenorganisaties) gekomen, die door actievoeren pressie uitoefenen, soms met enig resultaat. Die NGO’s zijn belangrijk, maar daarnaast zouden de ministeries, provincies, gemeenten en andere overheidsinstanties de mogelijkheid van burgercomités moeten openen, die voorstellen en ideeën op hun relevantie gaan toetsen en hierover – zwaarwegend - advies uitbrengen. Die comités zouden samengesteld moeten worden door de burgers zelf en dan niet naar politieke partij, maar naar mate van deskundigheid en geloofwaardigheid.

 

De natuurbescherming

 

Het is nodig dat de conclusies van “de grenzen aan de groei” in concreet beleid worden omgezet. Dat betekent een hoge prioriteit voor de ecologisering van de samenleving en een vermindering van de activiteiten op economisch en ook op militair gebied.

 

---- Mobiliteit en energie

In het Vierde Model wil dat zeggen dat we een meer creatief en minder consumptief gedragspatroon aannemen. Zo wordt de mobiliteit drastisch verminderd. Wij gaan minder autorijden en minder de wereld rondvliegen. Er komt ook een ander vervoerssysteem. Er worden voor lokaal vervoer kleine elektrische auto’s gebruikt, zoals dat nu al in vele bergdorpen gebeurt. Voor het lange afstandsvervoer worden (vracht)auto’s en vliegtuigen op waterstof ontwikkeld. Bovendien komen er langs de snelwegen railverbindingen met opstapplaatsen en parkeergelegenheden.

De energie-opwekking gebeurt met windturbines, biomassa-centrales en centrales voor zonne-energie. Die produceren elektriciteit, waterstof en waar nodig zoet water.

 

---- Welvaart en welzijn

Het voedsel is in hoofdzaak vegetarisch waardoor de dieren beter beschermd worden. Verder komt daardoor veel grond vrij voor land- en tuinbouw en voor het ontwikkelen van natuurgebieden met recreatieterreinen. In het centrum van de Randstad komt een groot recreatiegebied.

Dit nieuwe productiesysteem is op den duur – na de overschakelingsperiode - nadelig voor het bedrijfsleven, want zo wordt er minder afgezet. De lopende banden moeten dus langzamer draaien, later beginnen en eerder stoppen. Dat betekent kortere werktijden en dus minder loon en minder winst. Het betekent ook minder uitstoot van broeikasgassen, minder stress, minder verslaving, maar meer tijd voor intermenselijke contacten, voor de opvoeding van kinderen, voor contact met de natuur, voor kunstzinnige ontwikkeling en voor het zoeken naar antwoorden op de belangrijke levensvragen.

Deze economie is een stap terug in welvaart die beter wordt verdeeld, maar vele stappen vooruit in welzijn.

 

De menselijke waardigheid 

 

Dan is er de vraag van de menselijke waardigheid, met name in de productieve sector.

 

---- Democratie op de werkplek

Dat betekent in het bedrijfsleven dat de werknemer niet alleen maar een verlengstuk van de machine is, die naar believen hier, daar of nergens wordt neergezet. Menselijke waardigheid wil zeggen democratie op de werkplek en dat betekent dat de werknemers meebeslissen over alle belangrijke beleidsaangelegenheden zoals: uitbreiden, inkrimpen, fuseren en verplaatsen van het bedrijf, investeringen, aannemen en ontslaan van personeel, werktijden, arbeidsomstandigheden, lonen en uitkeringen. Dan gaat het om middelgrote en grote bedrijven.

In het Vierde Model wordt deze doelstelling op verschillende manieren ingevuld. In de eerste plaats is er de vorm van kapitaalspreiding, te weten de winstdeling. Op die manier kunnen werknemers mede-eigenaren van het bedrijf worden. De directie van een bedrijf wordt evenals nu het geval is aangesteld door de Raad van Commissarissen. Die wordt dan niet meer uitsluitend benoemd door de aandeelhouders, maar door alle betrokken belangengroepen, de zogenaamde stakeholders. Dat zijn de werknemers, de (lokale) overheid, de klanten, de aandeelhouders en in bepaalde gevallen de betrokken NGO’s. Het privékapitaal blijft dus gewoon bestaan, maar dat krijgt wel een andere, meer ondergeschikte functie. In het kader van het streven naar een anti-materialistische mentaliteit wordt het speculeren op de financiële beurzen moeilijker gemaakt.

Dan hebben we de ondernemingsraad. In de periode 1960-1970 is gesproken over “uitbreiding bevoegdheden ondernemingsraden”. Daarvan is nooit iets terecht gekomen, omdat Reagan en Tatcher in 1981 het liberale kapitalisme als enige doctrine voor de westerse wereld hebben ingevoerd (de “Washington Consensus”). Dat voorbeeld werd in Nederland gevolgd door de zogenaamde “no-nonsense politiek”.

In het Vierde Model vallen de bovengenoemde onderwerpen onder de beslissingsbevoegdheid van de ondernemingsraden. De vakbonden treden op als coördinatoren van het beleid dat door de ondernemingsraden wordt gevoerd.

 

---- Salarissen

De lonen en salarissen worden gereguleerd in cao’s. Dat geldt ook voor de topsalarissen die worden vastgesteld in de organisaties van de bedrijfstakken. Deze maatregelen gelden voor de private sector én voor bedrijven en instellingen van algemene dienstverlening, zoals die van de overheid op de gebieden van het onderwijs, natuurbeheer, zorg en cultuur, zoals ziekenhuizen, orkesten en musea.

 

---- Sociale zekerheid

De sociale zekerheid wordt meer op individuele basis gereguleerd. Dat geldt ook voor het systeem van de pensionering. De werknemer kan kiezen met welke leeftijd tussen 60 en 70 jaar hij/zij met pensioen kan gaan. Dat heeft uiteraard consequenties voor de hoogte van de pensioenuitkering. Daarnaast zijn er fondsen ten dienste van de regulering van die keuze met invloed op de arbeidsmarkt.

 

Genoemde maatregelen hebben geen betrekking op de kleine bedrijven. Persoonlijk initiatief op maatschappelijk relevante gebieden, zoals cultuur en ecologie, wordt juist gestimuleerd.

 

De persoonlijkheidsvorming

 

De individualisering is een proces dat in de Renaissance is begonnen en zijn definitieve vorm nog moet krijgen. Het betekent de zelfbeschikking van de individuele mens over zijn eigen lichaam en over zijn denken en handelen. Die zelfbeschikking is slechts mogelijk indien hij/zij de juiste informatie bezit en indien sprake is van integratie met de sociale en natuurlijke omgeving. Gezinnen, scholen, sociale organisaties en media geven vorm aan dit principe. Het moet leiden tot de juiste vorming van de persoonlijkheid en dat heeft betrekking op de omgang met de eigen psyche,  de sociale omgeving, de natuur, de wereld van de kennis en van de ideeën.

 

---- Gezinnen

Zo kunnen wij de gezinnen niet meer op traditionele wijze in elkaar zetten. De emancipatie van de vrouwen is onomkeerbaar. Maar in het Vierde Model is er binnen het gezin, met twee of één ouders, meer ruimte voor contact met de kinderen.

 

---- Onderwijs en media

Daarnaast zullen ook andere instituties de persoonlijkheidsvorming van de jongeren ter hand moeten nemen. Dat zijn vooral het onderwijs en de media, waaronder televisie en internet. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat in het onderwijs de nadruk wordt gelegd op vorming van de persoonlijkheid, waaronder psychologische, sociale, kunstzinnige, ethische en spirituele vorming.  

Zo leren de jongeren hoe zij moeten omgaan met hun eigen psyche en met die van de ander. Dat impliceert de vraag “wie ben ik?” en alles wat daarmee samenhangt, zoals de aangeboren eigenschappen, de verlangens, angsten, frustraties en vormen van agressie. Ook wordt geleerd hoe ieder met de ander omgaat: in relaties van (huwelijks)partners, ouders en kinderen, vrienden, collega’s, leraar en leerling. Daarnaast wordt ook aandacht geschonken aan de  wijze waarop we omgaan met de grotere sociale verbanden, met name die van de nationale eenheid, de internationale verbanden, zoals die van de Europese Unie en van de wereldgemeenschap.

Essentieel is ook de informatie over de relatie tussen de mens en de natuur, zowel op het lokale als op het wereldniveau.

Van belang is verder de omgang met leden van andere etnische of religieuze groeperingen. Daarom wordt er gewerkt aan de kennis van de eigen en van andere culturen. Dat betekent informatie over en zo mogelijk praktijkervaring met de belangrijke politieke, godsdienstige, filosofische en ideologische richtingen, evenals met die van de moderne spirituele stromingen. Dat leidt tot kennis én inzicht in de achtergronden van de eigen westerse cultuur, in die van de andere – allochtone – culturen en in die van de moderne politieke en spirituele richtingen. De nadruk wordt daarbij gelegd op tolerantie tegenover de verschillende wereldbeelden op voorwaarde dat er geen sprake is van geweld, belediging of hinder. Hier ligt een belangrijke taak voor het onderwijs en de media.

 

Het integrale denken

“Integraal denken is een benaderingswijze van de werkelijkheid, waarbij integratie plaats vindt van een verscheidenheid van praktische, artistieke, ethische, wetenschappelijke, filosofische en/of religieuze gezichtspunten binnen een groter geheel. Dat geheel heeft daarbij een andere, meer omvattende betekenis dan hetgeen uit de delen kan worden afgeleid” 13).

Het streven naar kennis, creatieve expressie en inzicht behoort tot de hogere behoeften van de mens. In samenlevingen van het Vierde Model wordt dit streven gestimuleerd. Kennis is belangrijk, maar de splitsing in afzonderlijke vakgebieden vervalt. Steeds wordt gezocht naar de samenhang met andere vakgebieden of andere vormen van kennis, veelal ook in filosofisch, religieus en historisch perspectief.                                                     De westerse samenleving heeft een proces van secularisatie ondergaan. Dat heeft enerzijds geleid tot een materialistische levenswijze, maar daarnaast is er een sterke toename van vrije, veelal persoonsgebonden spiritualiteit 14), zie ook bijlage 4. Deze is geïnspireerd vanuit traditionele, maar ook vanuit moderne richtingen, westers en oosters. Dit heeft gevolgen voor ons wereldbeeld, dat de basis vormt voor de wijzen waarop wij onderwijs en informatie geven, kunst creëren, wetenschap, filosofie en religie beoefenen. In het Vierde Model wordt gestreefd naar integratie van deze vormen van kennis en inzicht.

 

----  Onderwijs

In het onderwijs van het Vierde Model ligt de nadruk op persoonsvorming en culturele ontwikkeling. In het lager onderwijs betekent dat de kennismaking met verhalen uit alle belangrijke culturen. In het middelbaar en hoger onderwijs worden filosofie, geschiedenis, maatschappijleer, psychologie en ecologie de belangrijkste vakken. De gespecialiseerde vakgebieden worden onderwezen als vormen van integraal denken. Die worden behandeld in relatie met de culturele, maatschappelijke en natuurlijke omgeving en in historisch perspectief.

Zo zal de biologie aandacht besteden aan de evolutietheorie van Darwin, maar ook aan de opvatting van Plato, aan de Bijbelse en oosterse scheppingstheorieën en aan de theorie van het “intelligent design”. Verder wordt gewezen op de ontwikkeling van de ecologische systemen, de eigenschappen daarvan en de gevaren van het menselijk ingrijpen. Ook ethische aspecten, zoals de omgang met de dieren behoren tot dit vakgebied. Het slachten van jonge dieren en het jagen op dieren voor consumptieve doeleinden wordt als onethisch gedrag beschouwd. In de veehouderij worden de biologische productiemethoden onderwezen.

In de medische wetenschap wordt tevens gewezen op de betekenis van alternatieve richtingen, zoals homeopathie, antroposofie, acupunctuur en kruidenleer. Deze worden betrokken in programma’s van wetenschappelijk onderzoek.

In het technisch onderwijs wordt onder andere aandacht geschonken aan de functies met betrekking tot bestuurlijke, ecologische en medische ontwikkelingen.

Het vakgebied van de economie is een onderdeel van de kennis over maatschappelijke ontwikkelingen met technische, sociaal-psychologische, demografische en ecologische aspecten.

 

----  Media

De media ontwikkelen naast de informatieve taken vooral ook pedagogische en culturele programma’s. Daartoe behoren programma’s over de ontwikkeling van de wetenschap, over Griekse, oosterse en westerse filosofie, over de geschiedenis van  jodendom, christendom, islam, hindoeïsme, boeddhisme en taoïsme, over traditionele en moderne spirituele richtingen, zoals soefisme, zenboeddhisme, theosofie, antroposofie en Krishnamurti.

Veel aandacht wordt geschonken aan de kunstzinnige expressievormen, zoals schilderkunst, dans, muziek en literatuur. Er zijn geen reclame, geen commerciële zenders, geen spelletjes om geld, geen lotto en geen porno- en horrorfilms, maar er wordt wel neutrale product-informatie gegeven en er worden informatieve documentaires vertoond.

 

----  Kunst en architectuur

De kunst van het Vierde Model is organisch, synthetisch, geïnspireerd door natuur en mystiek. De nieuwe tijd kent weer de voorstelling in de schilderkunst en beeldhouwkunst, melodie in de muziek en harmonie in de dans. De architectuur is klimaatneutraal en organisch verbonden met de natuurlijke omgeving, dat wil zeggen dat natuurlijke vormen (bergen, bomen, bloemen) terug te vinden zijn in de gebouwde objecten. Verder zal ook het proces van mondialisering in de kunst tot uiting moeten komen. Dat wil zeggen dat wij zoeken naar integrale kunstvormen, te weten kunst die is geïnspireerd door westerse én niet westerse kunst ofwel Aziatische, Afrikaanse en Indiaanse kunstvormen.

 

----  Centra voor Integraal Denken

In het Vierde Model wordt systematisch gewerkt aan de integratie van kunst, wetenschap, filosofie en religie. Daartoe worden Centra voor Integraal Denken opgericht, die eventueel zijn verbonden met kerken, spirituele centra, scholen en universiteiten. Er worden cursussen gegeven gericht op persoonlijke ontwikkeling en integraal denken met vormen van training en informatie, zoals die hierboven zijn beschreven.

Zo kunnen we dus blijven groeien, niet in de materie, wel in de persoonlijkheid, de cultuur en de natuur. Dan kunnen we werken aan een wereld van stabiliteit,  gelijkwaardigheid, sociale integratie, aan persoonlijke, sociale en culturele ontwikkeling en vooral aan integraal denken en duurzaamheid.

 

 

VI  Scenario

“Such a society ...... would be almost unimaginably different from the one in which most people live now.” 15)

 

Op dit moment is de belangstelling voor een nieuw verhaal niet groot. Dat is niet verwonderlijk, want in de westerse wereld zijn we welvarend en dat wordt als hoogste moraal aangeprezen. We willen houden wat er nu al is en het westerse model wordt in grote delen van de wereld nagevolgd.

We beseffen nog niet voldoende, dat deze welvaart tot rampen leidt, vooral in andere, veelal armere delen van de wereld. Daarnaast zijn we ook niet bewust van de feiten dat we vaak werk verrichten dat niet in overeenstemming is met onze menselijke waardigheid en dat de jeugd veelal geen perspectief heeft op een zinvolle toekomst.

Er ontbreekt dan ook de behoefte om de maatschappelijke situatie drastisch om te vormen.  Maar de geschiedenis leert dat daarin verandering kan komen. Het komend gebrek aan grondstoffen, de klimaatverandering en de bijbehorende klimaatrampen, de sociale ongelijkheid, de financiële chaos en de ”clash of civilizations” zijn al vele jaren waarneembaar en dus zal er vroeg of laat gereageerd moeten worden. Gebeurt dat niet, dan is het te laat met alle consequenties van dien. Dan volgt het scenario van de Club van Rome en dat ziet er niet bepaald vrolijk uit!

Laten we daarom nu op basis van een vrije meningsvorming en op democratische wijze met behulp van de bestaande politieke instituties overgaan tot een lange termijn beleid gericht op een gezonde en duurzame wijze van leven: de mens in harmonie met zichzelf, met elkaar én met de natuur. Klaas van Egmond zegt daarover: “De huidige situatie vergt een meer uitgesproken maatschappelijke doelbepaling en een vermindering van de politieke polarisatie bij de uitvoering daarvan” 16). Dat wil zeggen dat we een evolutionaire sprong in de geschiedenis van de mensheid kunnen maken. De westerse wereld kan daarmee beginnen. De andere delen van de wereld zullen wellicht volgen.

De tijd dringt.

 

 

VII  Samenvatting

 

Indien we kijken naar maatschappelijke processen over langere tijdsperioden zien we een afwisseling van vooruitgang, stilstand en afbraak. De periode van 1914 tot 1950 was met name in Europa en Azië een tijd van afbraak, maar sedert ca 1960 leven  we in de opgaande fase. Vanuit historisch gezichtspunt is het te verwachten dat daaraan een einde komt: de grenzen van de groei zijn bereikt. Sociale, economische en politieke stabiliteit staan nu op het programma en dat biedt kansen voor ontwikkelingen naar een hoger niveau van persoonlijk leven en samenleven.

Na de stilstand komt de afbraak. Ook vanuit wetenschappelijk gezichtspunt is het te verwachten dat het wereldsysteem in de loop van deze eeuw geconfronteerd wordt met zware crises. Die kunnen zich manifesteren op  economisch, sociaal, politiek, ecologisch en militair gebied. Vanuit de Club van Rome en door internationale autoriteiten, zoals Michael Gorbatsjov, zijn voldoende goed gedocumenteerde waarschuwende geluiden gehoord. De eerste signalen zijn reeds herkenbaar: natuurrampen, honger en economisch-financiële crises. Dat geldt met name de klimaatverandering: in de jaren 2009 en 2010 hebben zich zeer vele extreem zware oversromingen voorgedaan.

Indien wij deze en andere crises, zoals oorlogen, terreur, kapitaalverlies,  armoede en een gevoel van zinloosheid willen stoppen, zullen wij moeten werken aan een nieuw maatschappelijk stelsel, gepaard gaand met nieuwe politieke doelstellingen en andere fundamentele waardeoriëntaties. Het lijkt dringend noodzakelijk dat wij gaan nadenken over zo’n maatschappelijk stelsel en het daarbij behorende menselijke gedrag. Dat zou kunnen leiden tot een “nieuw verhaal”.

Op basis van de huidige drie hoofdmodellen van maatschappelijke ordening – traditioneel-autoritair, liberaal-democratisch en communistisch -, wordt dit verhaal “Het Vierde Model: de ecoculturele samenleving” genoemd. Grondslagen van dit maatschappijmodel zijn natuurbescherming en menselijke ontwikkeling in de vorm van persoonlijke, culturele en spirituele groei.

Dit model is bedoeld voor verder onderzoek, meningsvorming en uitwerking. Die betreffen onder andere de volgende aspecten:

 

1. Wereldsysteem

Noodzakelijk is de installatie van een wereldregering en een wereldparlement met bijbehorende politieke, economische, juridische, militaire en financiële middelen. Het beleid is gericht op stabiliteit (demografisch en economisch), vrede, duurzaamheid, bestrijding van armoede en spreiding van welvaart.

De theoretische basis van dat beleid wordt gebaseerd op wetenschappelijk gefundeerde lange termijn modellen. De internationale samenwerkingsorganen maken deel uit van dat bestuursapparaat. Er vindt een voortdurende controle plaats met betrekking tot machtsmisbruik, fraude, corruptie en bureaucratisering.

 

2. Nationale staten

De nationale staten gaan een wetenschappelijk gefundeerd beleid voeren gericht op de lange termijn in samenhang met de internationale en mondiale modellen. Uitgangspunten zijn natuurbescherming en natuurontwikkeling, overschakeling op het gebruik van vernieuwbare grondstoffen en beperking van milieuschade, waaronder de opwarming van de aarde. Daarnaast wordt een beleid gehanteerd dat is gericht op democratisering van overheidsorganen, persoonlijke vorming en culturele ontwikkeling.

 

3. Bedrijven

De democratische besluitvorming wordt ook in de economische sector doorgevoerd. In de middelgrote en grote bedrijven worden belangrijke beslissingen genomen door de directie én de ondernemingsraad. De directie wordt benoemd door commissarissen, die de betreffende belangengroepen, met name ook de werknemers, vertegenwoordigen. Lonen en salarissen worden aangevuld met winstdeling. De beloningen van topbestuurders worden in c.a.o.’s vastgesteld.

 

4. Waarden en cultuur

Het consumentistisch, materialistisch en hedonistisch waardepatroon van de huidige ontwikkelde samenlevingsvormen wordt losgelaten. Dat geldt vooral voor het streven naar economische groei. Daarvoor in de plaats komen waarden gericht op natuurbescherming, vorming van de persoonlijkheid, sociale en culturele ontwikkeling, spiritualiteit en integraal denken.

De culturele instituties, zoals het gezin, het onderwijs en de media, dragen deze waarden uit.

 

De vraag in hoeverre een overschakeling naar dit “Vierde Model” de te verwachten crises kan voorkomen, moet beantwoord worden door nieuwe berekeningen op mondiaal, internationaal en nationaal niveau. Die kunnen dienen als leiddraad voor de vrije meningsvorming omtrent de te aanvaarden nieuwe waarden en doelstellingen en de daarop gebaseerde besluitvorming. Het is wel zeker dat voortgang op de huidige weg tot catastrofale gevolgen zal leiden. Met de vernieuwing is spoed geboden.

 

Opmerking: Deze tekst wordt in twee gedeelten gepubliceerd in:

Civis Mundi. Tijdschrift voor politieke filosofie en cultuur. 50e Jaargang 2011               

 

Noten

 

1) Dennis Meadows e.a. De grenzen voorbij. Een wereldwijde catastrofe of een duurzame wereld. Spectrum 1992 . Vervolg op het eerste Rapport aan de Club van Rome.

 

2) Dennis Meadows e.a. De grenzen aan de groei. Eerste rapport aan de Club van Rome. Spectrum 1972. Zie bijlage 1 en grafiek

 

3) Oxfam Solidariteit. Weather Report, 2007

 

4) Planbureau voor de Leefomgeving. Milieuverkenningen 2008

 

5) Al Gore. Onze keuze. Een actieplan om het klimaat te redden. Amsterdam 2009

 

6)Vgl. Wouter van Dieren, De nieuwe feodaliteit en de milieucrisis. Erasmus Lezing 1993

 

7) Irma Ellens Maat. De depressie-epidemie. In: Spiegelbeeld, december 2009

 

8) BBC-onderzoek 2009, zie de Volkskrant 9-11-2009

 

9) Samuel Huntington. Botsende beschavingen. Antwerpen 1997

 

10) Dennis Meadows. De grenzen voorbij. Spectrum 1992

 

11) The Club of Rome. Global Assembly 2009. Climate, energy and economic

recovery. Amsterdam Declaration. Octobre 2009

 

12) Michail Gorbatsjov. Mijn manifest voor de aarde. Amsterdam 2003

 

13) Website integraal denken: www.integraaldenken.nl 

 

14) Rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid: Geloven in het publieke domein. 2006.

Zie bijlage 3.

 

15) Dennis Meadows e.a. Limits to growth. The 30-years update. A synopsis. 2004

 

16) Klaas van Egmond. Een vorm van beschaving. H.13 De politieke opgave. Zeist 2010

 

Zie ook:

+Hans R.Vincent. Ons wereldbeeld en het integrale denken. Op zoek naar de eenheid van religie, filosofie en

   wetenschap. Kampen 2000

+ Hans R.Vincent. Integraal denken. Vervreemding en de humanisering van 

   arbeid, onderwijs en politiek. Acco Amersfoort 1989

+ Wim Couwenberg. Moderniteit as nieuw beschavingstype. Ontwikkeling, problematiek en perspectief. 

   Civis Mundi jaarboek 2009

+ Euronatur. Interview Dennis Meadows. Limits to Growth – The 30-year Update. Mei 2008

+ Club of Rome/Erasmus Liga. Wereldethiek en duurzaamheid. Bulletin no 59. Maart 2005

 

Discussie en commentaar:

Dr H.R.Vincent

Lage Duin 19

2121 CC Bennebroek

tel. 023 5848057

e-mail: hr.vincent@hetnet.nl

 

Bijlagen

 

Bijlage 1

 

De Club van Rome

In 1972 is een rapport verschenen in opdracht van de Club van Rome: “ De grenzen aan de groei”. Dit rapport, geschreven door Dennis Meadows en anderen heeft wereldwijd veel opzien gebaard. Op basis van een computermodel van de wereld met 5 hoofdvariabelen - bevolkingsgroei, voedselproductie, industriële productie, verbruik van grondstoffen en vervuiling - is een prognose gemaakt van de wereldontwikkeling tot het jaar 2100. De uitkomst was schokkend: indien het maatschappelijk systeem niet drastisch verandert, groeien de bevolking én de welvaart tot ca 2020 en daarna volgt ineenstorting.

Het is volgens dit model onmogelijk met de bestaande procedures tegelijkertijd te voorzien in:

-         de benodigde productie van voedsel voor een tot ca 9 miljard groeiende wereldbevolking,

-         de benodige omschakeling op duurzame energievoorziening, zoals energie uit zon, wind en biomassa,

-         het terugdringen van de milieuvervuiling, zoals het beperken van de klimaatverandering.

De uitkomst betekent honger, armoede, ziektes, klimaatrampen en oorlogen (zie grafiek).

Er zijn door Meadows alternatieve modellen gemaakt, die aangeven hoe het mogelijk zou zijn de ineenstorting te voorkomen. Dat betekent zeer ingrijpende maatregelen op de gebieden van: het gebruik van grondstoffen, de overgang naar schone productiemethoden, het geboorteniveau in de arme landen en het milieubeheer. Een totale gedragsverandering wereldwijd is daartoe noodzakelijk. De studie van Meadows is in 1992 en in 2002 herhaald. De uitkomsten zijn niet veranderd.

 

Bijlage 2

 

Uit mediaberichten verkregen gegevens betreffende klimaatverandering en daarmee samenhangende extreme condities en natuurrampen:

- 2003: Europa à de heetste zomer in 50 jaar;

- 2004: Zuid-Frankrijk à zeer zwaar noodweer;

        Japan à 23 cyclonen, meer dan ooit;

        Florida: 4 cyclonen, w.o. de grootste in omvang ooit gemeten;

- 2005 Californië à: de grootste overstromingen ooit;

        Australië, regio Melbourne àde grootste overstromingen in 120 jaar;

        VS à de stad New Orleans en omgeving verwoest door de cycloon

        Katrina: de grootste overstromingen ter plaatse ooit;

        Midden-Europa: à zware overstromingen, in Zwitserland meeste schade ooit;

        Portugal à langste periode van droogte ooit;

- Winter 2005-2006: Azië, Oost-, Midden-Europa à extreme sneeuwval

         en extreem lage temperaturen;

- 2006: Australië à zwaarste cycloon in tientallen jaren;

         China, Thailand: à zware overstromingen;

         Wereld à hoogste gemiddelde temperatuur ooit.

- 2007: Californië, Philippijnen à zware overstromingen

- 2008: Birma, China, Philippijnen, Oost-Europa, Caraïbisch gebied, Verenigde

        Staten à zware overstromingen.

          - 2009: China, Taiwan, Philippijnen (4x), Vietnam, Turkije, Engeland, Canarische

                       eilanden, Saoudi-Arabië, Griekenland, de Verenigde Saten, Zuid-Europa en

                  Noord-Afrika  à zware overstromingen/sneeuwstormen.

           - 2010: Californië, Peru, Verenigde Staten (midden), Mexico, Griekenland, Spanje, Madeira,

                   Frankrijk, Fiji-eilanden, Schotland, Brazilië, Midden- en Oost-Europa, Afghanistan,

                   China, Banghla Desh, Kashmir, India, Guatemala, Noord-Korea, Nigeria, Vietnam, Australië,

                   Zuid-Rusland, Curacao, België, Marokko, Albanië en andere Balkanlanden, Columbia, Venezuela,

                   Spanje  à sneeuwstormen en (zeer) zware overstromingen; in Californië, Mexico, Pakistan, China,

                   Midden- Europa, Australië meerdere malen.

         Rusland: extreme hitte en droogte.

         V.S.,  Midden- en West-Europa: in november-december extreme koude.

 

---- De gletsjers in de Alpen, Groenland, Noord-Amerika en op de

      Zuidpool vertonen sedert 1850 snelle afsmelting.

---- De orkanen en cyclonen in de Atlantische en de Stille

      Oceaan nemen sedert 1980 in kracht en duur toe, maar

      niet in aantal (gegevens  IPCC).

---- Volgens gegevens van Oxfam nemen stormen en

      cyclonen van 1980 – 2004 in aantal sterk toe.

---- De sneeuwkappen van de Himalaya’s nemen sedert 1997 snel

      in omvang af.                                                                                                                                                                       

---- De metingen van de satelliet envisat (februari 2005) laten ernstige

      vervuiling zien van de lucht in grote delen van Nederland, België,

      Ruhrgebied, Noord-Italië, oostkust V.S. en oostkust China.

 

Bijlage 3

Duurzaamheid als evolutionair proces:

Processen van maatschappelijke verandering gedurende de laatste 3 tot 5 eeuwen, die zich volgens een trapsgewijs (trap 1, trap 2, trap 3, enz.), dan wel dialectisch model (these – antithese – synthese)  ontwikkelen, met perspectief op een duurzame en rechtvaardige toekomst.

-  Mondialisering -> trapsgewijs: lokaal bestuur à nationaal bestuur àinternationaal/mondiaal bestuur.

-  Ecologisering -> dialectisch: Productie aangepast aan de natuurlijke mogelijkheden à technologische uitbuiting van de 

   natuur à productie op basis van ecologisch verantwoorde processen.

- Verwetenschappelijking -> trapsgewijs: toepassing in de productie à toepassing in economisch en politiek beleid à

  toepassing in duurzaamheidsbeleid.

- Democratisering -> trapsgewijs: politieke instituties à culturele instituties, zoals de relatie man <–> vrouw à

  economische instituties, zoals bedrijven.

- Individualisering -> dialectisch: samenleven als deel van collectiviteit à samenleven vanuit individuele motivatie à

  samenleven vanuit universele motivatie (sociaal, cultureel, spiritueel).

- Integraal denken -> dialectisch: wereldbeeld vanuit religieus gezichtspunt àwereldbeeld vanuit materieel

  gezichtspunt, zoals wetenschap à integraal wereldbeeld.

 

 

Bijlage 4

 

Zie: “Geloven in het publieke Domein”, Dr Gerrit Kronjee en Martijn Lampert, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Uit een onderzoek van de WRR gehouden in 2006 over geloofsovertuigingen in Nederland blijkt dat de groep “ongebonden spirituelen” 26% van de Nederlandse bevolking uitmaakt. Deze groep wordt onderscheiden van de christenen (25%), daarna komen de  “niet-religieuzen/niet-humanisten” met 18%, de “niet-religieuze gematigden” met 16%, de “niet-religieuze humanisten” met 12% en de moslims met 3%.

Over de ongebonden spirituele groep (26%) zegt het rapport: “De levensbeschouwing van deze groep kenmerkt zich door een transcendente, spirituele oriëntatie, die zich niet conformeert aan doctrines. Deze geëmancipeerde groep is empathisch ingesteld, gericht op harmonie met de wereld en vertrouwt op de eigen intuïtie”.

 

Club van Rome.

DE GRENZEN AAN DE GROEI. STANDAARDSCENARIO 1900-2100

Uit: Dennis Meadows e.a. De grenzen voorbij. Amersfoort 1992